Alles over depressieve stoornissen

Jun 9, 2022

De meeste mensen hebben weleens last van een sombere stemming. Als deze sombere stemming twee weken of langer aanhoudt en niet vanzelf verdwijnt, kan er sprake zijn van een depressieve stoornis. Is deze diagnose bij jou gesteld of vermoed je dat je depressief bent? We vertellen je er alles over in dit artikel.

Symptomen

Een depressie ziet er voor iedereen anders uit, maar voor elke depressie geldt: je hebt twee weken of langer last van een sombere stemming en/of je hebt nergens zin in. Vaak lukt het niet om te genieten van de dingen die je normaal gesproken leuk vindt om te doen. Andere symptomen van een depressie zijn vermoeidheid, een gevoel van waardeloosheid, rusteloosheid of schuld en suïcidale gedachten.

 Jaarlijks zijn er naar schatting 797.000 Nederlanders (vanaf 13 jaar) die lijden aan een depressieve stoornis.  

De criteria

Om de diagnose Depressieve Stoornis te kunnen stellen, moet er sprake zijn van tenminste vijf criteria, voor ten minste twee weken. Deze criteria staan omschreven in het handboek Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM).  

De criteria zijn:  

  1. Je hebt last van een sombere stemming bijna elke dag, gedurende het grootste gedeelte van de dag. 
  2. Je hebt geen zin om dingen te ondernemen, verminderde interesse of plezier in activiteiten. 
  3. Er is sprake van toegenomen of juist afgenomen eetlust, met als gevolg een toename/afname in gewicht. 
  4. Je hebt last van slaapproblemen (veel of juist weinig slapen). 
  5. Je hebt last van lichamelijke rusteloosheid of juist traagheid in beweging of denken. 
  6. Je voelt je vermoeid, hebt een verminderd energieniveau 
  7. Je hebt last van gevoelens van waardeloosheid of onterechte schuldgevoelens. 
  8. Je hebt last van concentratieproblemen of besluiteloosheid. 
  9. Je hebt last van suïcidale gedachten.  

Een depressieve stoornis komt voor in verschillende vormen. Zo kan er sprake zijn van een lichte, matige of ernstige depressie. Als de depressieve klachten steeds weer terugkomen (met een onderbreking van minimaal twee maanden), wordt er gesproken over een ‘recidiverende depressie’.  

In het kort: verschillende soorten depressies

Dysthymie. Als er sprake is van een depressie die tenminste twee jaar aanhoudt, wordt dit een persisterende depressieve stoornis, oftewel dysthymie, genoemd. De klachten zijn vaak milder dan bij een ‘gewone’ depressie, maar houden langer aan.
Bipolaire depressie. Bij een bipolaire of manische depressie kunnen periodes waarin iemand zich extreem energiek, blij en opgewekt voelt, afgewisseld worden met periodes van somberheid.
Psychotische depressie. Naast de depressieve klachten is er ook sprake van waangedachten of hallucinaties. 
Postpartum depressie. Dit komt voor bij vrouwen die net een kind hebben gekregen, de depressieve klachten ontstaan binnen vier maanden na een bevalling. 
Seizoensgebonden depressie. De depressieve klachten ontstaan of nemen elk jaar toe in het najaar of in de winter. 
Premenstruele stemmingsstoornis. Er ontstaan stemmingsklachten (depressieve klachten, prikkelbaarheid, labiliteit, angst of spanning) in de laatste week voor de menstruatie.  

Oorzaken

De oorzaken van de depressieve klachten zijn niet altijd duidelijk en kunnen erg uiteenlopen. Er kan sprake zijn van een biologische, sociale of psychologische oorzaak of een combinatie hiervan. Biologisch. In sommige gevallen is er sprake van een genetische aanleg. Een depressieve stoornis kan ontstaan door een disbalans van bepaalde stoffen in de hersenen (neurotransmitters), zoals serotonine en noradrenaline. Depressieve klachten gaan ook vaak samen met lichamelijke klachten of ziektes zoals dementie, Parkinson, chronische pijn of schildklier problemen. Sociaal. Depressieve klachten  

kunnen ook ontstaan naar aanleiding van impactvolle levensgebeurtenissen. Denk bijvoorbeeld aan een periode van ziekte, het overlijden van een dierbare of andere grote veranderingen of negatieve ervaringen. Psychologisch. Als laatste wordt de ontwikkeling van depressieve klachten ook bepaald door persoonlijke kenmerken, zoals de manier waarop je met situaties en emoties omgaat en de manier waarop je naar bepaalde situaties kijkt. Negatieve gedachten en overtuigingen kunnen daarbij een grote rol spelen.

Gevolgen 

Net als de oorzaken van een depressie, kunnen ook de gevolgen erg uiteenlopen. Een depressie heeft een grote negatieve invloed op kwaliteit van leven en het algemeen functioneren. Mensen met een depressie hebben vaak last van gevoelens van onbegrip, schaamte en falen. Ze hebben vaak een neiging om zichzelf terug te trekken, waardoor sociale contacten onder druk komen te staan. Aan de andere kant kan de druk op directe naasten, zoals partners en kinderen, erg toenemen. Een depressie is daarnaast een belangrijke veroorzaker van suïcide gedachten en pogingen. Ten slotte kunnen depressieve klachten leiden tot uitval op het werk. Het is dan ook een grote veroorzaker van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid.    

Behandelmogelijkheden

Naar schatting duurt een depressieve periode (ook wel ‘depressieve episode’) bij de helft van de gevallen niet langer dan drie maanden, maar de duur van een depressie kan sterk verschillen. Wanneer een depressie lang aanhoudt, is behandeling gewenst. Gelukkig zijn er verschillende behandelmogelijkheden, zowel psychologisch als medicamenteus. Een eerste effectieve behandelmethode is cognitieve gedragstherapie (CGT), waarbij wordt gericht op het aanpakken van negatieve gedachten en niet-helpend gedrag. Een andere methode is Interpersoonlijke Psychotherapie (IPT), waarbij wordt gekeken naar je relatie tot/omgang met andere mensen. Ook kortdurende psychodynamische psychotherapie kan effectief zijn. In deze behandeling wordt onder andere gekeken naar hoe iemand zich in de loop van zijn of haar leven heeft ontwikkeld. In het geval van   

Ik heb een depressie. Wat nu?

  1. Dagstructuur. Zorg ervoor dat er een ritme komt in je dag: ga elke dag rond dezelfde tijd naar bed, blijf niet te lang in bed liggen, maar sta rond dezelfde tijd op en eet op vaste tijden. 
  2. Beweging. Bewegen is goed voor je lichaam, maar ook voor je mentale gezondheid. Zorg er daarom voor dag je dagelijks ten minste dertig mintuten in beweging bent, bij voorkeur buiten.   
  3. Sociaal contact. Hou contact met mensen in je (directe) omgeving en praat met hen over je problemen en klachten. 
  4. Zelfzorg. Zorg goed voor jezelf: eet gezond, slaap voldoende en zorg daarnaast voor genoeg rustmomenten. Gebruik van alcohol en drugs wordt afgeraden. 
  5. Daginvulling. Blijf, wanneer mogelijk, zo veel mogelijk werken en blijf activiteiten ondernemen. Gaat werken niet? Kijk of je in overleg met je werkgever halve dagen kunt gaan werken. 
  6. Zoek hulp. Als de klachten aanhouden of toenemen, zoek hulp. Je kunt bij je huisarts terecht voor een doorverwijzing naar een psycholoog.

een seizoensgebonden depressie wordt er vaak gebruik gemaakt van lichttherapie. Ten slotte kan ook mindfulness (mindfulness based cognitive therapy) helpend zijn bij het tegengaan van depressieve klachten.  

Medicatie

Als psychologische behandeling niet (voldoende) helpt tegen de depressieve klachten of als er sprake is van een ernstige depressie of dysthymie (langdurige depressie), is het ook mogelijk om medicamenteuze behandeling in te zetten. Hierbij wordt er meestal gekozen voor een antidepressivum. Welke behandeling het meest geschikt is, verschilt per persoon. Daarom wordt de behandeling voor elke patiënt apart bepaald.

Depressie in cijfers

Een depressieve stoornis komt vaak voor. Van de volwassen Nederlanders (18-65 jaar) heeft 18,7% ooit last gehad van een depressieve stoornis. Er is een groot verschil tussen mannen en vrouwen: 24,3% van de vrouwen kreeg ooit een depressie, tegenover 13,1% van de mannen.  

Jaarlijks zijn er naar schatting 797.000 Nederlanders (vanaf 13 jaar) die lijden aan een depressieve stoornis. In ongeveer 1 op de 5 gevallen is er sprake van een chronische depressie (dysthymie). Het risico op een depressieve episode neemt toe wanneer iemand in het verleden meer depressieve episodes heeft gehad. Bron: GGZ Standaarden.

Voor meer informatie kunt u contact met ons opnemen.

Neem contact op