Indirect getraumatiseerd als hulpverlener: dit is secundair trauma 

May 31, 2022

Wanneer iemand getraumatiseerd raakt, is er volgens de DSM sprake van ‘blootstelling aan feitelijke of dreigende dood of ernstige verwonding’. Meestal wordt het trauma opgelopen als iemand de traumatiserende gebeurtenis zelf meemaakt, maar je kunt ook getraumatiseerd raken door te horen over een trauma dat iemand anders heeft opgelopen. Dit kan het geval zijn bij een familielid of goede vriend, maar het kan ook bij hulpverleners die werken met getraumatiseerde patiënten. Denk bijvoorbeeld aan hulpverleners die in gesprek gaan met slachtoffers van de oorlog in Oekraïne: de hulpverlener hoort alles over de traumatische gebeurtenissen die het slachtoffer heeft meegemaakt. Als de hulpverlener hier niet op een juiste manier mee omgaat, is het mogelijk dat hij of zij indirect, oftewel secundair getraumatiseerd raakt. 

Getraumatiseerd door werk

Als hulpverleners getraumatiseerde patiënten begeleiden bij het verwerken van hun trauma, worden ze zelf blootgesteld aan de vaak gruwelijke details van dat trauma. Maar ook in andere beroepen kun je blootgesteld worden aan details van traumatische gebeurtenissen, volgens criterium 4A van de DSM-5. Denk bijvoorbeeld aan politieagenten, uitvaartbegeleiders, advocaten van slachtoffers, juristen, journalisten en onderzoekers. Als je hier niet op een zorgvuldige manier mee omgaat, is het mogelijk dat er secundaire traumatische stressklachten worden ontwikkeld. 

criterium 4A van de DSM-5: 

“Het ondergaan van herhaaldelijke of extreme blootstelling aan de afschuwwekkende details van de psychotraumatische gebeurtenis(sen) (zoals bij hulpverleners die stoffelijke resten moeten verzamelen; politieagenten die herhaaldelijk worden geconfronteerd met details van kindermisbruik).”  

Secundaire traumatische stressklachten

Secundaire traumatische stressklachten zijn grotendeels vergelijkbaar met klachten van posttraumatische stressstoornis (PTSS) (1). Het gaat hierbij alleen niet om een trauma wat de hulpverlener zelf heeft meegemaakt, maar om het trauma waar de patiënt over heeft verteld. Vaak zorgt het daarnaast ook voor vermoeidheidsklachten, cynisme, afstandelijkheid tot andere mensen en gevoelens van onzekerheid dat je als hulpverlener niet goed genoeg om kunt gaan met de verhalen van een patiënt (2). 

Risicofactoren 

In hoeverre een hulpverlener risico loopt op het ontwikkelen van secundaire traumatische stressklachten, is afhankelijk van verschillende factoren (3). Over het algemeen geldt dat het niveau van secundaire traumatische stress toeneemt naarmate je meer te maken krijgt met getraumatiseerde patiënten. Hulpverleners zijn daarbij extra kwetsbaar wanneer ze niet goed genoeg worden ingewerkt en voorbereid op het werken met trauma’s. Ook kunnen (onverwerkte) persoonlijke trauma’s van de hulpverlener en grote negatieve gebeurtenissen (zoals het overlijden van een dierbare, ziekte, scheiding etc.) in het privéleven van de hulpverlener de kans op secundaire traumatische stress vergroten (4).  

.

Secundaire traumatische stressklachten: 

  • Lichamelijke klachten 
  • Verhoogd spanningsniveau 
  • Concentratie- en geheugenproblemen 
  • Intrusieve gedachten 
  • Nachtmerries 
  • Plotselinge herbelevingen 
  • Herinneringen aan gebeurtenis of getraumatiseerd persoon 
  • Angstklachten 
  • Verlies van geloof en hoop, versomberd wereldbeeld 
  • Uitputting 
  • Verminderde herstelmogelijkheden 
  • Cynisme 
  • Afstandelijkheid 

Empathie 

De ontwikkeling van secundaire traumatische stressklachten wordt ook beïnvloed door de mate van empathie. Empathie is een belangrijk aspect in het werk als hulpverlener. Het lijdt tot een betere uitkomst van de behandeling en het zorgt ervoor dat je meer voldoening uit werk haalt (5) (6). Aan de andere kant hangt een hoog niveau van empathie ook samen met meer gevoelens van stress: wanneer je je erg in kunt leven in het verhaal van de patiënt, is de kans groter dat je als hulpverlener ook emotioneel geraakt wordt. Hierbij wordt er een onderscheid gemaakt tussen cognitieve en affectieve empathie. Met affectieve empathie wordt een emotionele reactie bedoeld en wordt echt gevoeld wat een ander voelt. Bij cognitieve empathie wordt er meer afstand bewaard op het gebied van gevoelens en emoties, maar is er meer sprake van het uitspreken van begrip. Doordat je met cognitieve empathie meer emotionele afstand bewaart, is er minder sprake van uitputting en is er meer emotionele balans (6).    

Beschermende factoren 

Er is een aantal factoren die een beschermende werking hebben tegen het ontwikkelen van secundaire traumatische stressklachten. Loslaten. Het is als eerste van belang dat de behandelaar de verhalen van patiënten goed los kan laten wanneer hij of zij niet met werk bezig is (3). Als dat goed lukt, heeft het een positief effect op welzijn, stemming en energieniveau. Gevoel van voldoening. Als de hulpverlener veel voldoening haalt uit het helpen van getraumatiseerde patiënten, wordt dat ook gezien als beschermende factor tegen secundaire traumatische stress (7). Sociale steun. Ook sociale steun is een beschermende factor (8). Praten met steunende collega’s helpt bij het behouden van een positieve houding en bovendien helpt het cynisme  

Hoe voorkom je secundaire traumatische stress bij hulpverleners?

 Om als hulpverlener patiënten met een trauma op een verantwoorde manier te kunnen helpen, is het als eerste van belang dat de hulpverlener goed wordt voorbereid op de werkzaamheden. Daarnaast kan het helpend zijn om aandacht te besteden aan zelfzorg, het leren loslaten van de verhalen van patiënten en het vergroten van een gevoel van voldoening (met betrekking tot het werken met getraumatiseerde patiënten). Als laatste is het belangrijk dat de hulpverlener wordt gesteund door collega’s, bijvoorbeeld door middel van supervisie en intervisie.

hogere mate van zelfzorg geassocieerd met minder secundaire traumatische stressklachten (3). Denk hierbij aan activiteiten die erop gericht zijn om fysieke en mentale gezondheid te vergroten en behouden. Het is dus van belang dat er veel aandacht wordt besteed aan het welzijn van medewerkers. En dat past ook precies bij de visie van Faas Psychologie. Hier geloven we namelijk dat er alleen goede kwaliteit van zorg kan worden geleverd als de behandelaar goed in zijn vel zit.

Referentielijst

(1) Figley, C. R. (1995). Compassion Fatigue: Coping with secondary traumatic stress disorder in those who treat the traumatized. New York: Brunner/Routledge. 
(2) McCann, I. L., & Pearlman, L. A. (1990). Vicarious traumatization: A framework for understanding the psychological effects of working with victims. Journal of traumatic stress, 3(1), 131-149. 
(3) Ludick, M., & Figley, C. R. (2017). Toward a mechanism for secondary trauma induction and reduction: Reimagining a theory of secondary traumatic stress. Traumatology, 23(1), 112 
(4) MacRitchie, V. J. (2006). Secondary traumatic stress, level of exposure, empathy and social support in trauma workers [Dissertation]. Faculty of Arts, University of Witwatersrand. 
(5) Airagnes, G., Consoli, S. M., De Morlhon, O., Galliot, A. M., Lemogne, C., & Jaury, P. (2014). Appropriate training based on Balint groups can improve the empathic abilities of medical students: a preliminary study. Journal of Psychosomatic research76(5), 426-429. 
(6) Lamothe, M., Boujut, E., Zenasni, F., & Sultan, S. (2014). To be or not to be empathic: the combined role of empathic concern and perspective taking in understanding burnout in general practice. BMC family practice15(1), 1-7. 
(7) Conrad, D., & Kellar-Guenther, Y. (2006). Compassion fatigue, burnout, and compassion satisfaction among Colorado child protection workers. Child abuse & neglect30(10), 1071-1080.  
(8) Boscarino, J. A., Figley, C. R., & Adams, R. E. (2004). Compassion fatigue following the September 11 terrorist attacks: A study of secondary trauma among New York City social workers. International Journal of Emergency Mental Health, 6, 57–66. 

Voor meer informatie kunt u contact met ons opnemen.

Neem contact op